Jacob Jongbloed
Jacob Jongbloed (1985 – 1974) wordt door velen beschouwd als de grondlegger van de Nederlandse luchtvaartgeneeskunde. Hij heeft de term “luchtvaartgeneeskunde” geïntroduceerd en zich altijd hard gemaakt voor de wetenschappelijke kant van de luchtvaartgeneeskunde.
Korte biografie
Jacob (Janus) Jongbloed werd in 1914 gemobiliseerd voor de eerste wereldoorlog. Na aanstelling als aspirant-reserveofficier bij de infanterie solliciteerde hij voor de opleiding tot vlieger. Op 20 mei 1917 haalde hij zijn internationaal vliegbrevet en werd vlieginstructeur. Van 1922-1923 maakte hij deel uit van het demoteam. In 1922 begon hij naast zijn werk als vlieginstructeur aan de opleiding geneeskunde, welke hij in maart 1927 afrondde.
Hierna werd hij als arts aangesteld bij de nieuw opgerichte Luchtvaartafdeeling op Vliegkamp Soesterberg. In 1929 promoveerde hij met het proefschrift "Bijdrage tot de physiologie der vliegers op groote hoogten", waarin hij onderzoek deed naar de effecten van hoge hoogten op de menselijke fysiologie. In ditzelfde jaar werd hij door KLM gevraagd om mee te vliegen als tweede pilot naar Indonesië om te kijken of zulke lange vluchten haalbaar waren voor de piloten. Van 1942 tot 1965 was hij hoogleraar in de fysiologie aan de Universiteit Utrecht.
In 1949 werd hij benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau, en in 1953 volgde zijn benoeming tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Na de oprichting van het Nationaal Luchtvaart Geneeskundig Centrum in 1952 werd hij de eerste voorzitter van het bestuur, waarbij hij vooral een wetenschappelijke rol had. Vanuit dit centrum deed hij ook veel onderzoek naar het effect van G-krachten op de bloedstroom naar de hersenen en het hart. Hij bleef voorzitter tot zijn dood in 1974.
Voor meer informatie, verwijzen wij u naar een uitgebreid artikel over Prof. dr. Jaap Jongbloed: